Aan de Chinese zijde van de grens stond temidden van een plakkaat asfalt een groot, wit gebouw. Het had zo'n lelijk McDonalds-restaurant kunnen zijn als het in Nederland langs de snelweg stond, maar het was een uit de kluiten gewassen douanekantoor. De Laotiaanse grenspost was daarentegen niets meer dan een houten hut op een modderige open plek. Waar de Chinese douanebeambten nog ontzettend moeilijk deden over mijn baard die niet op mijn paspoortfoto stond werd ik door de Laotianen vriendelijk ontvangen met een spontane groet ('sabaidie!') en een grote glimlach.
Toen ik alle benodigde paspoortstempels verzameld had liep ik door de jungle naar Laos, over een geasfalteerde weg die precies op de grens overging in een modderig landweggetje. Even verderop vond ik een gehavend busje - dat zo te zien al een zwaar leven achter de rug had - dat mij verder Laos in zou brengen. Na ongeveer tien uur rijden (de bus kreeg onderweg twee lekke banden) over hobbelige weggetjes en langs bamboehutten kwam ik aan in Luang Prabang, de eerste Laotiaanse stad na de grens.
Ik heb in de twee weken dat ik in Laos was voor een groot gedeelte de Mekong-rivier stroomafwaarts gevolgd. De plaatsen die ik bezocht heb zijn Luang Prabang, Vang Vieng, Vientiane, Pakse, Lad Lo en Don Det. Een gedeelte van deze route vormt een onderdeel van de populaire 'bananenpannenkoekenroute' waardoor ik me in een klap tussen een horde toeristen bevond die allemaal dezelfde route door Zuidoost-Azie reisden.
Het was voor mij wel een shock om ineens zoveel toeristen om me heen te hebben. Tussen Istanbul en Laos kwam ik slechts zo nu en dan andere reizigers tegen. Af en toe waren het verdwaalde hippies, gekleed in wijde broeken en losse hemden en met een bos dood haar op hun hoofd. Maar meestal waren de reizigers die ik in het Midden-Oosten en in Centraal Azie tegenkwam echte avonturiers, die de hoogste bergen beklommen, die op de fiets de wereld rondgingen of vaak nog veel eigenaardigere avonturen. Zo ontmoette ik een Zwitser die op een ezel door Azie reisde, een Duitser die met zijn twee bouviers in Afghanistan ging wandelen en een Deens echtpaar dat al voor anderhalf jaar op huwelijksreis was!
In China was het weer een heel ander soort reiziger dat ik tegenkwam. Zo trof ik in Chengdu veel westerlingen die op weg waren naar Tibet. Ik kon het vaak niet zo goed met de Tibetgangers vinden omdat zij alleen maar over Tibet en de Dalai Lama praatten, en er probeerde altijd wel iemand tegen mij de expert uit te hangen over Chinese politiek. Daar zaten overigens veel Nederlandse vakantiegangers tussen, voornamelijk dertigers die in een dure North Face-outfit rondliepen en die dagelijks minstens een tube anti-bacteriële handgel opmaakten. Ze hadden bij Djoser een kant-en-klare reis geboekt en kregen zodoende de complete China-ervaring in hapklare brokjes opgediend. Ik moet zeggen dat ik ook wel een beetje jaloers op ze was omdat zij wel naar Tibet gingen (en dat ik daarom een beetje cynisch en wantrouwend tegenover hun manier van reizen stond).
Nee, in Laos trof ik weer een totaal ander type reiziger aan, namelijk de feestjongeren, jongenlui van mijn leeftijd die net als ik nog niet aan het arbeidersleven wilden beginnen. Maar in tegenstelling tot mij reisden zij op kosten van pappie en waren zij voornamelijk geïnteresseerd in zonnebaden en drinken en roken en waar ze verder ook maar op kickten.
Van alle plaatsen die ik in Laos bezocht was Vang Vieng het meest bizar. Ik was nog maar net gearriveerd en ik werd al bijna overhoop gelopen door een Duitser die naakt over straat rende terwijl hij een bierfles tussen zijn billen geknepen hield. Even verderop stonden drie dronken Engelse meiden in hun bikini met ieder een fles rode wodka in de hand midden op straat te dansen (alhoewel, hoelahoepen met de vetrollen misschien een betere omschrijving is). Het leek wel of Vang Vieng compleet was overgenomen door de rugzaktoeristen. De restaurants waren uitgerust met grote tv-schermen waarop dag en nacht domme Hollywood-series werden getoond. En het gekke was dat de terrassen dag en nacht gevuld waren, met Amerikanen die afreisden naar een van de mooiste landen ter wereld om daar dronken te worden tijdens het kijken van oude afleveringen van Friends.
Maar het was uiteraard niet alleen de alcohol die de jongeren er toe deed bewegen om in allerlei stadia van naaktheid gillend over straat te rennen. Je kon er namelijk voor heel weinig geld je pizza of shake 'happy' laten maken. Dat die toevoeging niet altijd zuivere koffie was bleek wel toen ik op een avond op het terras de Finse jongen zag zitten met wie ik de avond ervoor op diezelfde plek een biertje had gedronken. 'Goh, zit je hier nu al weer?' vroeg ik toen ik naar hem toe liep. 'Nee, ik zit hier nogsteeds!' antwoordde de Fin. Hij had de avond ervoor een happy-shake genomen en zat nu al vierentwintig uur klaarwakker naar Simpsons te kijken!
Ik vond het allemaal maar niks. Gelukkig was het voor mij niet moeilijk om de westerse jeugd in Laos te vermijden, want ze waren kortzichtig en gebruikten allemaal dezelfde Lonely Planet-reisgids. In Vang Vieng bijvoorbeeld hoefde ik maar vijf minuten te lopen om me te omringen met landschappelijke schoonheid waar geen westerling te bekennen was. Ik heb er dan ook veel gewandeld, door de rijstvelden en in de hoge, glooiende heuvels bedekt met weelderige jungle. Daarnaast huurde ik regelmatig een fiets of motorfiets om gebieden van Laos te bezichtigen waar het leven nog oorspronkelijk, ongerept en onbedorven was. En wanneer ik me aan het einde van de dag weer mengde in het backpackwereldje vond ik altijd wel iemand om een biertje mee te drinken.
Eten deed ik - zoals altijd al tijdens de reis - vooral bij kraampjes langs de weg (als ik de GG&GD moet geloven dan had ik al lang overleden moeten zijn aan voedselvergiftiging). Dus terwijl de toeristen kozen voor Family Guy bij hun dure burger met friet ging ik op zoek naar een straatstalletje om te midden van de lokale bevolking een bordje gebakken rijst of een kommetje noedels met slappe groeten te eten.
De toeristen lieten zich door Laos rijden in superdeluxe VIP-express aircobussen en ook dat vond ik maar niks. Ik probeerde zoveel mogelijk mijn eigen vervoer te regelen door langs de weg te gaan staan en maar af te wachten wie of wat me mee zou nemen. Zo zat ik op weg naar Vientiane een hele middag op een plastic tuinstoel tussen de zakken rijst in de laadbak van een pickup-auto. Ik vond het prachtig, en de dorpelingen ook!
Ik besloot de laatste vier dagen van mijn bezoek aan Laos door te brengen op een klein eilandje in de Mekong, in een gebied dat 'De 4000 Eilanden' heet (wat ik een schitterende naam vind omdat het suggereert dat er ooit iemand op uit is gestuurd om de eilanden te tellen, maar die vlieger gaat voor de relaxte Laotianen natuurlijk niet op). Ik vond er een vervallen bungalow aan de waterkant dat ik van een boerenfamilie kon huren voor 15.000 KIP per dag (iets meer dan een euro). Het was een eenvoudig hutje van hout, bamboe en gevlochten palmbladeren en er was geen elektriciteit of stromend water aanwezig. In de bungalow lag een oud matras en op de veranda hing een hangmat - meer heb je toch ook niet nodig - en een scala aan insecten en reptielen kreeg ik er gratis bij. Iedere morgen werd ik gewekt door het gekraai van de schorre hanen die onder de bungalow zaten. In de rivier waar ik vanuit mijn hangmat op uit keek vermaakten jochies zich door van een koe te springen die ze tot buikhoogte in het water hadden gezet. Een vet, albino varken moest ik steeds weer van mijn veranda afschoppen omdat het beest het leuk vond de deur te blokkeren. Maar dat was dan ook het meest inspannende wat ik deed, want verder deed ik er al de dagen... niks!
Toen ik niet meer wist hoe lang ik al op het eiland zat leek het mij tijd om verder te gaan. Ik ging in een boomstamkano met buitenboordmotor naar het dichtstbijzijnde dorpje op het vaste land. Daar vond ik een man die mij achter op zijn brommer naar de grens wilde brengen, 25 kilometer verderop. Even later liep ik met tegenzin de grens over naar Cambodja, want ik vond het heel jammer Laos - mijn nieuwe favoriete land! - te moeten verlaten.
