Over land van hier naar daar..


Mijn route door Azie weergeven op een grotere kaart

20 september 2009

Trans-Azië Express deel 2

72 uren moest ik me zien te vermaken in een trein die dwars door Turkije richting de steppen van Azië tufte. Dat klinkt misschien als een hele opgave, maar het bleek uiteindelijk goed te doen. De trein was comfortabel en zeer gezellig. We reden over enorme vlaktes, tussen ruige heuvels en langs stoffige primitieve dorpjes. Zo halverwege de reis werden alle passagiers en de bagagewagon met een boot het Van Gulu-meer overgebracht om vervolgens met een Iraanse trein de reis te vervolgen. De passagiers bestonden voornamelijk uit Iraniërs die terug kwamen van een vakantie in Turkije. Het aantal Iraniërs dat ik in de trein heb ontmoet is niet te tellen, zoveel zijn het er. Iedereen wilde met me praten. Ik werd naar verschillende compartimenten - vol met mensen - gebracht om vragen te beantwoorden over mijzelf en mijn reis en om tips te krijgen over Iran. Ik heb twee A5-jes vol met contactgegevens van Iraniers die me uitgenodigd hebben om langs te komen.

Een bijzonder moment was het toen ik de grens met Iran naderde. Vanaf dat moment zouden heel veel dingen anders gaan zijn. Ik stak de grens over naar een andere wereld. Ik verliet de democratie en betrad een Islamitische Republiek. De vrouwen in de trein die ik even daarvoor nog in t-shirts zag rondlopen waren nu verstopt achter een dikke, zwarte chador (de sluier die vrouwen in Iran moeten dragen). Ik zelf kon voor de komende maand de korte broek in de tas laten.
De procedure aan de grens bleek - na alle rompslomp in Nederland om een visum voor Iran te krijgen - tamelijk eenvoudig te zijn. Het enige was dat ik samen met alle andere mensen uit de trein, 's nachts tussen twee en vier uur, in een benauwde, bedompte ruimte heb moeten wachten tot iedereen een stempel had. Maar ik had eigenlijk nog wel een uitgebreidere tasseninspectie of zoiets verwacht, om te kijken of ik geen playboys of bijbels het land in zou brengen. Maar op de tijd die het hele grensoversteken in beslag nam na viel het allemaal reuze mee. Ik was in Iran! Acht uren laten was ik op mijn eerste bestemming in Iran: Tabriz.

19 september 2009

Trans-Azië Express deel 1

De oproep voor het avondgebed klonk door de stad, in de verte ergens op de Bosporus klonk de misthoorn van een boot, rechts van mij de Aya Sofia, links van mij de Blauwe Moskee en ik liep, met vijftien kilo op mijn rug, richting het station om de trein naar Iran te nemen. Althans, dat hoopte ik. Want er waren nog een groot aantal onzekerheden over deze trein...

Want eerder die dag ben ik op zoek gegaan naar een ticket voor de trein, die mij in 72 uren van Istanbul naar Iran zou brengen. Ik had uiteraard al veel eerder een ticket moeten regelen, maar ja, zo gaat dat nou eenmaal bij mij. Ik begon bij een reisbureau vlak bij het hostel waar ik verbleef. Tot mijn grote telleurstelling kreeg ik daar te horen dat er geen plaats meer was in de trein, die overigens maar een keer per week rijdt. Ik baalde als een stekker want ik wilde dolgraag met deze Trans-Azië Express mee. Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan dat ik niet eerder achter een ticket was aangegaan. Maar op een of andere manier kwam toen het idee in me op om dit slechte nieuws te verifiëren. Dus ik ben vervolgens met de tram naar het dichtsbijzijnde treinstation gegaan en heb daar aan het loket gevraagd of ze me aan een ticket konden helpen. "Nee, er is geen plaats meer. Ook volgende week zit al helemaal vol. In Oktober is er pas weer plaats." Shit, shit, shit, ik wilde verdomme met die trein mee! Het enige andere alternatief om in Iran te komen is een combinatie van treinen, bussen en taxis waar je niet vrolijk van wordt. Ik kon het daarom ook niet laten om nog een laatste poging te doen om een ticket te bemachtigen. Met een ferry stak ik de Bosporus over om bij een ander treinstation te geraken. Bij de ticketverkoop trof ik een man met snor (eigenlijk was het meer 'snor met man' gezien de grootte ervan). Ik vroeg aan hem of er nog plaats was in de Trans-Azië Express. Snor zei: "Ja, natuurlijk is er nog plaats!" Huh? Hadden Snor en ik het over hetzelfde? Probeerde Snor mij soms op te lichten? Ik begreep er op dat moment geen snars meer van. Maar ik durfde de gok om bij Snor een ticket te kopen wel te nemen. Dus dat deed ik dan ook. Ik kreeg met de seconde meer argwaan, want voor het ticket hoefde ik slechts 35 euro neer te leggen! Huh? Hoe is het mogelijk dat een treinreis van drie dagen en drie nachten slechts 35 euro kost? Ik vreesde dat ik niet veel beters mocht verwachten dan een houten bankje waar ik dan drie dagen op kon gaan zitten en liggen. Tot overmaat van ramp kreeg ik even later in het hostel van andere reizigers te horen dat er problemen waren bij de spoorwegen (iets met een overstroomd traject) en een hostel-medewerker wist me te melden dat de trein van een week eerder niet was vertrokken. Wat een ramp. Nu was ik er helemaal van overtuigd dat ik voorlopig nog niet naar Iran zou gaan.

Maar toen ik diezelfde avond eenmaal op het treinstation aan kwam - ik zag daar een prachtige witte trein met daarop in sierlijke letters 'Trans Asya Ekspresi' staan - viel in een klap alle stress van me af. Een conducteur bevestigde dat mijn ticket geldig was en ik mocht zelf een plaats in de trein uitzoeken. Vervolgens bleek dat de trein enkel bestond uit eersteklas-wagons en dat de trein voor slechts een tiende gevuld was (hoezo geen plaats in deze trein?). Het personeel was al aan het feesten in de restauratiewagen op Iraanse volksmuziek dat keihard aan stond. Maar ik zocht een lege coupé op en een paar tellen later klapte een mannetje in een witte jas mijn bed naar beneden, legde er schone witte lakens op, wenste me een goede nacht en deed de deur achter zich dicht. Van de rest van de nacht herrinner ik me niet veel meer, behalve dat ik in lange tijd niet zo lekker geslapen had.

16 september 2009

Istanbul


Iets meer dan twee dagen heb ik in Istanbul doorgebracht. Veel te kort natuurlijk, want wat is dat een prachtige stad zeg! De meeste mensen krijgen in Sultanahmet - het centrul van Istanbul met alle grote bezienswaardigheden op loopafstand - de zenuwen van de honderden turkse klantenlokkers, de claxon gewoontes van taxichauffeurs en de uitlaatgassen. Er heerst overal en met alles een complete chaos. Maar ik vind het juist heerlijk om me daartussen te begeven. Ook in de Grand Bazaar heb ik me kostelijk vermaakt, tussen al die kleine winkeltjes met kruiden, goud, leren jassen en tapijten. Met enkel observeren vermaakte ik me prima. De meeste tijd heb ik echter doorgebracht zwervend tussen de Blauwe Moskee en de Aya Sophia. Ik ging er liggen op het gras in het park tussen de twee moskeeën en ondertussen luisterde ik naar de oproep voor het gebed, dat eerst uit de ene moskee en dan uit de andere moskee kwam. En als ik trek had ging ik kebab eten. Elke avond is er in die omgeving in verband met de Ramadan groot feest, met veel muziek dans en heel veel eten. Op een avond ben ik bij de Blauwe Moskee aanwezig geweest tijdens het avondgebed waar enkele tienduizenden mannen en vrouwen aan mee deden. Heel bijzonder om dit van dichtbij mee te maken. Ja, ik ben denk ik verslaafd geraakt aan Istanbul!

15 september 2009

Van Slovenië naar Turkije

Mijn trip als solo-rugzaktoerist begon bij het treinstation van Ljubljana, waar ik uitgezwaaid werd door Femke. Ik treinde op een interrailpas, die op dat moment nog maar een paar dagen geldig was. Binnen die paar dagen wilde ik - om te besparen op reiskosten - de afstand naar Istanbul zo goed als mogelijk overbruggen. Om vanuit Ljubljana in Istanbul te komen ben ik gereisd via Kroatië, Servië en Bulgarije en ik heb er in totaal 21 uur voor in de trein en 7 uur voor in de bus gezeten. De treinen waren zó leeg dat ik tijdens elke rit wel een coupé voor mezelf had. In een van de nachttreinen had ik zelfs een heel treinstel voor mij alleen. Het gaf me het gevoel dat ik mijn noodlot tegemoet ging - of op zijn minst een verlaten rangeertrerrein ergens in een uithoek van de Balkan. Maar er liepen genoeg conducteurs door mijn treinstel. Echter, het enige wat ze deden was mij opdragen, net als alle conducteurs waar ook ter wereld, mijn voeten van de stoel tegenover me te halen. Men begon pas met kaartjes controleren toen ik net in slaap was gesukkeld. En een half uur later nog een keer. En weer een half uur later nog een keer. En toen was er een politiecontrole. Even later kwam de douanebeambte. En toen nog een. Daarna kwam weer een conducteur. En zo ging het de hele nacht door. Na een tijdje was ik zo gebroken dat wanneer er weer een groot zwart getalte me wakker kwam schudden ik niet wist waar ik was en wat men van mij wilde. Moest ik mijn paspoort laten zien? Mijn vervoersbewijs tonen? Of was het een overval en moest ik al mijn geld afgeven?

Ik durf er niet aan te denken hoe ik er uitgezien moet hebben toen ik eindelijk in Istanbul aan kwam stompelen. Ik had sinds Slovenië niet meer gedoucht en mijn kleren stonden stijf van het zweet. Het was inmiddels tien uur 's avonds. Ik nam de metro richting het centrum van Istanbul, stapte over op de tram om een paar minuten later in Sultanahmet weer uit te stappen. Met die ene stap stond ik in een klap tussen honderdduizend feestende moslims, die - tussen de Aya Sophia en de Blauwe Moskee - voor een of ander Ramadan-gebeuren bij elkaar waren gekomen. De sfeer was er fantastisch. Mijn enthousiasme was niet te temperen, die kick, puur omdat ik in Istanbul was en zo'n ontvangst kreeg. Ik heb er tot na middernacht rond gebanjerd, tot het toch echt tijd werd een slaapplek te vinden. Ik nam nog snel even een kipkebab en ging op zoek naar een goedkoop bed. Dat vond ik uiteindelijk in het Orient Hostel, waar ik met dertig andere backpackers in één zaal sliep. In het hostel was het feest nog steeds gaande. Dus voordat ik na drie dagen eindelijk in een bed ging slapen heb ik nog met een stel Duitsers en Amerikanen een Efes-biertje gedronken.

12 september 2009

Ljubljana

Femke gaat dus het komende halfjaar studeren in Ljubljana, de hoofdstad van Slovenië. De ANWB reisgids omschrijft deze stad als een van de laatste verrassingen in Europa, een Praag zonder grote massa’s. Femke en ik hebben de afgelopen week – samen op één fiets – de stad aardig leren kennen. Daarom speciaal voor jullie en helemaal gratis drie must-do’s voor als je binnenkort naar Ljubljana gaat.

Het oude centrum
Als je de statistieken van Ljubljana erop naslaat zul je zien dat er verdacht veel overeenkomsten zijn met Utrecht. Zo hebben beide steden hetzelfde inwoneraantal en hetzelfde percentage studenten. Ook hebben beide steden een gracht door de binnenstad lopen met daaromheen mooie panden en enkele pleinen met daarop gezellige terrasjes. Uiteraard is het in Ljubljana allemaal wel wat exotischer met veel Barok en Jugendstil. Dus must-do-tip nummer één is: terrasje zitten op het Preseren-plein of een van de zijstraten.

Ljubljanski Grad
Midden in de stad ligt een aardig heuveltje met daarop een mooie burcht. Je kunt er komen via zo’n raillift. Maar de echte avonturiers bedwingen de heuvel uiteraard met de benenwagen. Vanaf de top heb je een prachtig uitzicht over de stad en in de verte kun je zelfs de besneeuwde alpentoppen zien liggen.

Metelkova Ulica
Met slechts een paar minuten lopen vanaf Femke’s appartement kom je op de meest liberale plek die ik ooit heb meegemaakt. De plek is een oude legerbasis dat een jaar of twintig geleden door alternatievelingen is geconfisqueerd. Sindsdien hebben tal van kroegjes en poppodia er - zonder vergunningen - een plaatsje ingenomen. Iedere avond komen honderden studenten, kunstenaars, zwervers en andere malloten hiernaartoe om met een blik bier in de hand te doen waar ze maar zin in hebben. Het is dé uitgaansplek van Ljubljana. Afgelopen nacht hebben we daar al veel lol gehad met onze nieuwe partizanenvriendjes en ik verwacht dat Femke er nog veel zal rondhangen.

11 september 2009

Femke’s optrekje in Ljubljana

We hebben voor Femke een woonruimte gevonden aan de rand van het centrum van Ljubljana. Het is een appartement in een sober socialistisch flatgebouw uit de zestigerjaren. Ze deelt het appartement met een Sloveense studente van dezelfde leeftijd. De eigenaresse van het appartement is kortgeleden vertrokken naar een bejaardentehuis. Echter, ze heeft alles achtergelaten - haar gehele inboedel inclusief alle persoonlijke spullen - in de staat zoals het veertig jaar geleden was ingericht en neergezet: groene badkamer, oranje keuken, bruin zeil als vloerbedekking en in de boekenkast biografieën van Tito en salontafelboeken over de pracht en praal van Joegoslavië. Interessant huis dus. En - nog belangrijker - een prima woning voor Femke.




9 september 2009

Gearriveerd in Ljubljana

Femke en ik zijn inmiddels, na een twintig-uur durende reis per auto, trein en bus, aangekomen in Ljubljana. De reis ging op zich prima, alleen het gesjouw met twee koffers, een backpack, drie tassen en ook nog een fiets was onmenselijk. De spierpijn die we er aan overgehouden hebben zullen we nog wel even voelen. Maar we zijn er. En Femke heeft de spullen mee kunnen nemen die ze ook mee wilde nemen.
De dag na aankomst in Ljubljana ben ik meteen naar de ambassade van India gegaan om mijn volgende visum te regelen. Visa voor Iran en Pakistan heb ik in Nederland gekregen, voor andere stempels en stickers had ik geen tijd meer. Helaas trof ik bij de indiase ambassade in Ljubljana de verschrikkelijkste diplomaat van deze hele planeet. Hij had wel wat weg van Prem Radhakishun, maar dan nog stugger en zonder de mogelijkheid tot een normale conversatie. Op basis van een paar stickers van 'scary countries' weigerde hij mij een visum voor India. De rotzak! Toen ik de ambassade verliet zag zijn secretaresse de teleurstelling op mijn gezicht en zei tegen mij: "My boss can be a bit complicated. You should try the embassy in Vienna or Budapest. I'm sure they can help you there." Maar daar heb ik nu geen tijd voor, want 20 september moet ik in Iran zijn. Visum voor India wordt dus een zorg voor later. Komende dagen zijn de laatste van dit jaar dat ik met Femke samen ben. Dus daar ga ik nu eerst eens extra van genieten.

4 september 2009

Korte rondleiding op deze website

Zoals je ziet heb ik geprobeerd mijn reislog zo eenvoudig mogelijk te houden. Zo is het bijvoorbeeld niet mogelijk om via de website te reageren op een post of iets dergelijks. Wil je wat aan me kwijt? Stuur dan een mailtje naar franksalet@gmail.com, dat is net zo gemakkelijk. Wat je wel kan doen, mocht je mijn reis op de voet willen volgen, is je abonneren op mijn blog. Dat houdt in dat wanneer er een nieuwe post aan deze blog wordt toegevoegd er automatisch een notificatie per mail naar jou wordt verstuurd. Leuk toch!

Bovenaan de website is een kaartje te zien met daarop mijn reisroute. Ik ga proberen dit kaartje zo correct mogelijk te houden door het, indien nodig, aan te passen. Verder zal ik ook veel foto's van mijn reis op de site zetten. Wil je alle foto's nog eens rustig doorkijken? Dat kan op mijn online fotoalbum waarvan het webadres volgt na de dubbelepunt: picasaweb.google.nl/franksalet.

Veel plezier op mijn weblog. Leuk dat je met me meereist! :)