Over land van hier naar daar..


Mijn route door Azie weergeven op een grotere kaart

29 oktober 2009

Pakistan

Het doel van mijn bezoek aan Pakistan was drieledig: (1) voorkomen dat ik opgeblazen word door een zelfmoordterrorist, (2) visum regelen voor een volgend land en (3) een lange trektocht maken in de Westerlijke Himalaya.

Om met de eerste doelstelling te beginnen: het moment dat ik koos voor mijn reis door Pakistan had niet slechter kunnen zijn. Het was er sinds lange tijd niet meer zo onrustig geweest dan in de twee weken dat ik er was. Het land was in de ban van verkiezingen en elke dag werd door de Taliban wel ergens een grote aanslag gepleegd. Het vuurgevecht tijdens een van de aanslagen, in Rawalpindi, waarbij negentien mensen om het leven kwamen was vanuit het hotel waar ik verbleef te horen. Overal waar ik kwam waren de spanningen omtrent de verkiezingen en de aanslagen voelbaar, al was het alleen maar omdat ik me moest overgeven aan de eindeloze veiligheidsmaatregelen.
Maar ondanks de onrusten heb ik me geen moment onveilig gevoeld en ik ben er van overtuigd dat ik geen roekeloze risico's heb genomen. Wel was mijn spannende avontuur in Pakistan - een land in oorlog - het meest gewaagde wat ik ooit gedaan heb.

Direct na mijn aankomst in Pakistan drong het tot me door dat het zwaarste deel van mijn reis ging beginnen. Tot dat moment was mijn reis meer een plezierreisje geweest; Pakistan was ander koek. Tijdens de reis van het luxueuze Dubai naar de chaos die Karachi heet - een havenstad met 16 miljoen inwoners - kreeg ik het gevoel dat ik de beschaving achter me liet. De gebouwen in Karachi zagen eruit alsof de bouwvakkers het halverwege het bouwproces wel welletjes vonden. Wegen vol diepe kuilen liepen alle richtingen uit en lagen vol met afval. Overal waar ik keek was het ronduit smerig. De lucht was er zo vervuild dat bij iedere ademhaling ik twee keer moest kuchen.
Het duurde even voordat ik gewend raakte aan het straatbeeld, mede omdat veel Pakistani een shalwar qamiz dragen, een wijd katoenen broekpak waarvan ik tot dat moment alleen wist dat Osama en zijn strijders het droegen. Op elke straathoek in Pakistan stonden mannen, met baard en in shalwar qamiz, die er uitzagen alsof ze zojuist waren teruggekeerd van een gevecht in de bergen met de moedjahedien in Afghanistan.
Ik verbleef in Karachi in een betonnen hotel, waar de stroomvoorziening slechts de helft van de tijd werkte, waar warm water een utopie was en waar regelmatig de lucht van een overstroomde hurk-wc de kamers binnen trad.
Maar de lappendeken van bazaars in het centrum van Karachi maakte voor mij veel goed. Het gaf me een zinderende energie, een energie die alleen ontstaat op plekken waar teveel mensen met te weinig leefruimte proberen het hoofd boven water te houden.

Ik bleef drie dagen in Karachi en vermaakte me voornamelijk met ritjes in autoriksja's en kipkebab eten van kraampjes langs de weg, met alle risico's vandien. Vanuit Karachi nam ik vervolgens de trein die me in 22 uur naar Rawalpindi zou brengen. Tijdens een lange reis kan veel afhangen van wie er naast je zitten in de bus of trein. Een saaie of irritante compagnon kan een aangename reis in één klap doen omslaan. Elke keer was het weer spannend bij wie ik ditmaal kwam te zitten. Aan het begin van mijn reis naar 'Pindi werd ik in een coupé geplaatst waarin vijf mannen zaten die eruitzagen alsof ze zojuist een bom in een 747 hadden geplaatst. De bebaarde mannen leefden in het grensgebied met Afghanistan en waren van dezelfde clan als waar de Taliban ook toebehoord. Ik vreesde een zware reis tegemoet te gaan, maar zodra ik duidelijk had gemaakt dat ik niet uit Amerika kwam bleek het tegendeel waar te zijn. Tijdens de reis werd ik beschouwd als hun eregast. Ik werd overladen met eten en ze spraken me aan met 'Mister Frenk'. Ik kon het onzettend goed vinden met mijn nieuwe vrienden en even overwoog ik om op hun voorstel in te gaan en met ze mee naar Peshawar te gaan. Maar ook al zou ik met dit gezelschap in goede handen zijn geweest, een reis naar oorlogsgebied was zelfs voor mij een brug te ver.

Ik kwam naar Rawalpindi om vandaaruit in Islamabad - het brave alter ego van 'Pindi en de hoofdstad van Pakistan - visa te regelen voor het vervolg van mijn reis. Aanvankelijk was mijn plan om na Pakistan naar India te gaan, maar omdat het verkrijgen van een visum voor India in Islamabad minstens tien dagen in beslag zou nemen verzette ik mijn zinnen van India naar China.
De ambassades in Islamabad zijn veilig gepositioneerd binnen een 'politieke enclave'. Het bezoeken van een ambassade is daardoor een pittige opgave omdat oneindig veel veiligheidscontroles doorlopen moeten worden. Eenmaal bij de Chinese ambassade aangekomen trof ik daar een rij van wel tweehonderd Pakistanen die allemaal naar China wilden. Als ik netjes achter in de rij had aangesloten dan had ik daar gegarandeerd een week later nog gestaan. Ik besloot daarom - zo brutaal als mogelijk - langs de rij af naar voren te lopen en ondertussen, terwijl ik mijn paspoort in de lucht hield, te roepen "Foreigner, foreigner, foreigner!". Wonder boven wonder slaagde mijn plan en een paar minuten later stond ik aan de balie tegenover een ontzettend chagrijnige diplomaat. Het was voor mij al snel duidelijk dat deze man het mij erg moeilijk wilde maken, dus besloot ik hoog in te zetten door te vragen om een multiple entry visa dat een jaar geldig is - iets wat praktisch nooit vergeven wordt. Maar dankzij deze tactische bluf gaf de chagrijn me een double entry visa van twee keer dertig dagen - iets wat redelijk uitzonderlijk is voor deze ambassade.
Ik heb de chagrijn nog moeten smeken om het visum binnen twee dagen klaar te maken en na een paar geërgerde blikken en zuchten ging hij akkoord. Tevreden liep ik van de Chinese ambassade vandaan en toevallig kwam ik langs de ambassade van Kirgizië - een land waar ik vanwege de ligging en het landschap altijd al een bijzondere belangstelling heb gehad. Een paar tellen bleef ik voor het ambassadegebouw stilstaan, denkend aan hoe bijzonder het zou zijn om Kirgizië aan mijn reis toe te voegen. Een paar tellen later was ik al bezig met het invullen van de aanvraagformulieren voor een toeristenvisum.
Al met al heb ik er een kleine week voor in de zustersteden Rawalpindi en Islamabad moeten blijven en er waren 26 taxi- en busritjes voor nodig, maar ik kon me zeer gelukkig prijzen met twee verse stickers - visa voor China en Kirgizië - in mijn paspoort!

Na mijn geslaagde bureaucratische inspanningen om visums te verkrijgen werd het tijd voor fysieke, avontuurlijke inspanningen. Dus op naar de bergen van Pakistan! Om daar te komen moest ik eerst een 24 uur durende busreis van Rawalpindi naar Gilgit in het noorden van Pakistan overleven. Het werden de meest verschrikkelijke 24 uur uit mijn leven. De weg was ontzettend hobbelig en zat vol gaten. De bus was felgekleurd en versierd met allerlei tierelantijntjes, maar schijnbaar alleen om passagiers af te leiden van de ernstige tekortkomingen. De buschauffeur was van het type dat als kamikaze-piloot veel succes zou hebben - ik denk dat hij de rem slechts één keer gebruikt heeft: bij aankomst. Door de combinatie van weg, bus en bestuurder leek het alsof ik in zo'n angstaanjagende kermisattractie was beland. Of alsof ze mij vastgebonden hadden aan een op hol geslagen paard. Of alsof ik in een massagestoel zat dat een eigen leven was gaan leiden. Slapen in de bus was onmogelijk en van de 24 uur dat de busreis duurde heb ik iedere seconde bewust meegemaakt. Tegen de tijd dat de bus Gilgit binnengaloppeerde zat ik onder de blauwe plekken, ik had overal spierpijn en zelfs mijn botten waren door elkaar geschud en deden pijn. Ik besloot om een paar dagen rust te nemen.

Ondanks de ellende bracht de busrit twee komische gebeurtenissen die ik niet snel zal vergeten. De eerste was tijdens een korte busstop, waarvan ik en alle andere passagiers (allemaal Pakistaanse mannen) gebruik maakte om de blaas te legen. Ik deed mijn plasje op de manier die ons gewoon is: staand. De Pakistani deden hun plasje op de hun gebruikelijke methode: gehurkt! Het tafereel dat dit opleverde moet een meesterlijk Kodak-moment zijn geweest.
Het tweede gebeuren waar ik veel plezier in had was bij de politie-checkpoint voor buitenlanders. Daar werd ik - als enige buitenlander in de bus - door de buschauffeur naar een douanehokje begeleidt waar een grenswacht mijn naam en paspoortnummer in een aftands boekje moest schrijven. De grenswacht was - nadat de chauffeur hem uit bed had geroepen - verrast om een buitenlander te zien. Het was alweer een tijdje geleden dat er een buitenlander gepasseerd was, aldus de lange, slome grenswacht. De chauffeur en ik zaten vervolgens een kwartier zwijgend op het bed van onze thee te nippen en cricket op tv te kijken voordat de grenswacht begon met het noteren van mijn gegevens. Toen hij klaar was dook hij weer in bed en liep ik terug naar de bus, me schuldig voelend tegenover de buspassagiers dat ze zo lang op mij moesten wachten. Maar de reacties van de passagiers waren alles behalve wat ik verwachtte: ze boden hun excuses aan voor het feit dat de overheid de reizigers het zo lastig maken!

In het gebied rond Gilgit in het noorden van Pakistan komen drie gebergtes bij elkaar. Dat zijn de Pamirs, de Karakoram en de Hindu Kush. Deze reusachtige bergketens vormen natuurlijke barrières voor de mens. Dat maakt dat in de geschiedenis al vele malen is geprobeerd het gezag te krijgen over de strategisch vitale regio rond Gilgit (onder andere door de Grieken onder Alexander, de Persen, de Turken, de Engelsen en de Russen, om er maar een paar te noemen). Het gebied valt officieel onder de Pakistaanse autoriteit, maar in de praktijk is het een wetteloos gebied waar Al Quada trainingskampen gevestigd zijn en waar regelmatig een Taliban-kopstuk wordt gesignaleerd. Sla een willekeurige atlas open en je zult zien dat landgrenzen in deze regio door de kartograaf - die er blijkbaar geen raad mee weet - met stippellijnen zijn aangegeven.
De regio Gilgit is altijd al een belangrijke doorgang geweest waar kennis, cultuur en religie overgebracht werden, door legers, missionarissen en - bovenal - handelaren die de smalle wegen en passages gebruikten tussen de drie bergketens. De wegen en passages staan tegenwoordig bekend als de Zijde Route.
Vanuit Gilgit loopt een zo'n route in noordelijke richting naar de Chinese grens. Dat is de Karakoram-weg, ook wel het achtste wereldwonder genoemd. Ik heb deze Karakoram-weg genomen en zodoende in negen dagen tijd de afstand naar Kasghar in China afgelegd. Alsof dat nog niet spectaculair genoeg was heb ik een groot gedeelte - samen met een Italiaan genaamd Fabio - liftend afgelegd. We liften mee met alles wat op de weg voorbij kwam. Jeeps, mini-busjes, maar vooral veel tractors. Het was een prachtig avontuur waar het tv-programma Peking Express niet aan kan tippen. Het mooiste lift-moment was toen Fabio en ik drie uur lang tussen de bagage op het dak van een bus lagen, met vandaaruit een onbelemmerd uitzicht op een magnifiek landschap.
Des te noordelijker we op de Karakoram-weg reden des te meer slingerde en klom de weg tegen al maar hoger wordende bergen. Hoe hoger de bergen werden hoe intenser de groene velden in de vallei schenen. Het was herfst en het groen maakte in de loop van de week dat ik er was plaats voor geel en oranje, dat als een schilderij aftekende tegen de besneeuwde bergen en de heldere hemel. Je kon er genieten - als je geen last had van hoogtevrees - van de grijze en bruine overhangende rotsen tot en met een paar honderd meter boven je en van de Indus-rivier die een paar honderd meter langs de afgerond beneden je stroomde.

Ik heb in Pakistan - van zuid naar noord - bijna 2500 kilometer afgelegd en zodoende heb ik de diversiteit van de Pakistaanse bevolking kunnen ervaren. Terwijl ik door het land reisde zag ik de fysieke kenmerken van de bevolking veranderen en hoorde ik steeds een andere taal om me heen gesproken worden. Het is daarom ook onmogelijk de Pakistaan in een paar zinnen te omschrijven.
Wat van zuid tot noord wel hetzelfde bleef was de geslachtsverhouding op straat: buiten de deur kwamen alleen maar mannen en zelden zag ik een vrouw. De vrouwen die ik gezien heb waren bescheiden in gedrag maar droegen prachtige gewaden in de kleuren van Fruitella-papiertjes. Ik heb er in twee weken Pakistan helaas niet een kunnen spreken.
Het laatste wat ik nog over Pakistan kwijt wil is dat het traditionele eten er verrukkelijk was. Ik heb er onwijs genoten van de heerlijke kip-met-rijstgerechten en van de malse blokjes rundvlees die met behulp van een stukje pita-brood naar de mond werden gebracht. Het had de vleesbereiding zoals ze dat in het Midden-Oosten doen, vermengd met de kruiden zoals we dat uit India kennen. Toegegeven, de keuze in gerechten was gering - maar omdat ik van het Pakistaanse eten maar geen genoeg kon krijgen ging ik soms wel drie keer per dag uiteten!

18 oktober 2009

Dubai

Ik stel me zo voor dat oermannen wanneer de jacht gedaan was de rest van de dag op een rots gingen zitten om voldaan naar de horizon te staren. Het is denk ik tegen die evolutionaire achtergrond dat veel mannen er geen problemen mee hebben langere tijd bezig te zijn met nietsdoen, zoals bijvoorbeeld tijdens trein- of busreizen. Ik heb daar in ieder geval geen moeite mee en op de boot van Iran naar Dubai was het overduidelijk dat ik me bevond tussen soortgenoten. Op het dek zat ik namelijk tussen een gezelschap van ongeveer dertig mannen die - net als ik - zes uur lang niets anders deden dan naar de zee staren.
De golfslag op de Perzische Golf was net zo rustig als de passagiers aan boord - en toch werd er één van de mannen zeeziek. Hij loosde de inhoud van zijn maag in de zee, met als gevolg dat alle andere mannen laaiend enthousiast begonnen te juichen, roepen en stampenvoeten! Dit was het enige moment waarop er enig leven in het gezelschap zat.
Overigens, het waren allemaal smokkelaars, want wie anders nemen de boot als het goedkoper is om te vliegen. Het ruim zat dan ook propvol geladen met dozen, gevuld met allerlei duistere goederen.
En zo belandde ik per boot in Dubai.















Dubai was mij zwaar tegengevallen. De werkelijkheid bleek niet zo spectaculair te zijn als de foto's in tijdschriften en op Google Earth mij deden beloven. Bovendien werd het mij door verschillende redenen haast onmogelijk gemaakt om me in de stad te verplaatsen. Als eerste omdat ik, om van het openbaar vervoer gebruik te maken, eerst een peperdure pas moest aanschaffen. Dat zat er voor mij niet in. Ik kon dus niet anders dan steeds van taxi's - ook niet bepaald goedkoop - gebruikmaken. Ten tweede was het er snikheet. De hitte was tijdens de laatste week in Iran al onaangenaam geweest, maar in Dubai leek het nog wel 20 graden warmer te zijn. Als het even kon vloog ik een shoppingmall binnen om te schuilen tegen de warmte.
Ook de mensen in Dubai stonden mij niet aan. Zowel de Arabieren als de gastarbeiders waren onvriendelijk en alles behalve behulpzaam.
Dat ik Dubai niet zag zitten had ook te maken met een vervelend voorval met de Arabische politie, vlak na mijn aankomst in de haven van Dubai. Ik was op zoek naar een hotel en ik vroeg een willekeurige passant naar de weg. In plaats van antwoord te geven maakte de passant me duidelijk dat ik met een agent te maken had en ik werd verzocht mijn paspoort te tonen. Er stond blijkbaar iets in mijn paspoort dat hem niet aanstond want niet veel later werd ik in een politieauto naar het bureau gebracht. Eenmaal daar aangekomen werd ik door twee andere agenten vrij stevig aan de tand gevoeld over mijn bedoelingen in de Emiraten. Ik had niks te verbergen en dat mijn papieren in orde waren stond buiten kijf. Toch duurde het best lang voordat de ondervragers daar van overtuigd waren. Het ongemak werd vervolgens deels goedgemaakt door mij een lift naar het hotel te geven.

Al snel na mijn aankomst in Dubai begon ik het echte backpacken en de reizigers om me heen te missen. Veel eerder dan gepland vertrok ik daarom naar Dubai Airport om met het vliegtuig naar Pakistan te gaan. Ik had alleen nog geen ticket. Maar met een handig trucje lukte het mij om op het vliegveld een zeer goedkoop ticket te bemachtigen voor een vlucht die een paar uur later al vertrok. De truc was om een retourticket te kopen en tegelijkertijd de terugvlucht te annuleren en de kosten van de terugvlucht te innen. Slechts 70 euro lichter en vier uur later landde ik in alweer de volgende bestemming van mijn reis: Karachi in Pakistan!

11 oktober 2009

Iran

Er is denk ik geen land in de wereld waarover zoveel vooroordelen bestaan als Iran. En veel van die vooroordelen kan ik - nu ik in Iran geweest ben - eenvoudig van tafel vegen. Iraniërs zijn helemaal geen enge, bange mensen die hysterisch 'Death to America' uitkramen. Nee, integendeel. Iraniërs zijn charmant, ze zijn gezellig en gastvrij en ze zijn ontzettend nieuwsgierig. Bij ons in het westen leeft een beeld dat voor Iraniërs alles draait om de islam, maar in de werkelijkheid is de bevolking een van de minst religieuze in de regio (slechts 1,4 procent neemt deel aan het vrijdaggebed). Er ligt een gigantische kloof tussen de realiteit en het imago van Iraniërs. De mensen in Iran zijn zich hier terdege van bewust en ervaren dit, op z'n zachts gezegd, als vervelend. Iedere Iraniër die mij op op straat aansprak vroeg als eerste naar waar ik vandaan kom en als tweede naar wat ik van Iran vind. Die tweede vraag slaat uiteraard direct op de twijfelachtige plaats die Iran inneemt in de wereld.
Iran heeft mij tijdens de drie weken dat ik er rondgereisd heb positief verrast. Het volk heeft mij in de armen gesloten. Vooral de eenvoudigste ervaringen beleefde ik als de mooiste - zoals die keren dat ik uitgenodigd werd om een chai (thee) te drinken, of die ontelbare keren dat mij 'Welcome to Iran' werd nageroepen. Deze gastvrijheid en gemeende beleefdheid maakt Iran een prachtig land om te bereizen!

In de drie weken die ik in Iran heb doorgebracht heb ik ontzettend veel gezien; eigenlijk heb ik geen moment stilgezeten. In chronologische volgorde heb ik de volgende plaatsen bezocht: Tabriz, Teheran, Mashhad, Esfehan, Yazd, Shiraz en Bandar-e Lengeh. De meeste van deze steden waren vies, grijs en een infarct van Paykan-auto's en Honda-motorfietsen. Echter, de prachtige moskeeën - die iedere stad wel een paar had - met al haar lichtblauwe tegeltjes maakte voor mij veel goed. Hieronder een opsomming van een aantal van mijn hoogtepunten in Iran.
- Imam Reza's graftombe in Mashhad - de meest heilige plek van Perzie. Als je Sjiiet bent, zegt dat je wel iets (let op: understatement). Het complex is ten strengste verboden voor niet-moslims, maar ik liep er - me omgeven door tienduizenden pelgrims - zonder enige moeite rond.
- Teheran - de hoofdstad van Iran - was niet om over naar huis te schrijven. Ik was er maar twee dagen gebleven en na het kleine beetje dat ik van Teheran had gezien besloot ik om de hele stad verder maar te laten zitten. Het enige amusante aan Teheran zijn de jongeren, die massaal een neusjob hebben ondergaan. De neuzen van Iraniërs zijn niet bepaald fraai, maar het minimodelletje dat de jongeren zich laten aanmeten is te komisch voor woorden. Toch is de verbouwde neus bij de jeugd een soort statussymbool geworden want men loopt trots met verband en pleisters om de neus over straat. Ik vond het maar een raar gezicht.
- Het reizen van de ene naar de andere stad deed ik per bus. Bijna alle bussen waren redelijk nieuwe Volvo's met kanten gordijntjes en zoveel warme chai als men maar wilde. Klinkt allemaal best comfortabel, toch? Waar het niet dat de buschauffeurs reden als idioten en de passagiers gemiddeld om de paar kilometer serieus in levensgevaar brachtten. Er waren momenten waarop ik mijn best moest doen om niet het gangpad in geslingerd te worden. Maar de uitzichten vanuit de bus waren prachtig! De ene keer bestond het landschap uit ruige, kale bergen en de andere keer bestond het landschap uit droge, stoffige vlaktes, met hier en daar een vaalbruin stadje. 's Nachts kon je op de vlaktes de vuren zien van waar de nomaden kamp hielden.

Wat mijzelf tijdens het reizen door Iran verrast heeft: ik viel er helemaal niet op! Ze dachten bijna allemaal als ze me zagen dat ik een landgenoot, een Iraniër, was. Het is misschien omdat ik er uit zie als een Perzier? Of omdat men er geen toeristen verwacht? Ik weet het niet, maar ik werd keer op keer in het Farsi aangesproken! Alleen jongere vrouwen hadden het zo nu en dan door dat ik een vreemde was. Ze bleven dan staan en riepen 'Hello Mister!' en giechelden vanachter hun zwarte sluier als ik dan glimlachte.
Anders was het wanneer ik met andere reizigers - westerlingen die er minder onopvallend bijliepen - over straat ging. Tijdens die momenten was er in heel de omgeving niets zo interessant als wij. In de drukke bazaars hielden de mensen spontaan op met hun bezigheden om ons na te staren.
Wanneer ik met mijn grote backpacktas rondsjouwde viel het ze natuurlijk wel op dat ik een vreemde was. Dan werd ik wel veel nagekeken en regelmatig riep er iemand mij na: Welcome to Iran!

Ik zal jullie nu een voorbeeld geven van de veelbesproken Iraanse gastvrijheid. Het speelde zich af op de dag dat ik naar de ruines van de oude hoofdstad van Achaemeniden bij Persepolis zou gaan. In de bus op weg daar naar toe zat ik naast een man waarmee ik aan de praat raakte. Na mijn standaardpraatje over wie ik ben en wat ik kwam doen vroeg hij mij of ik met hem mee naar zijn huis wilde gaan om samen een chai te drinken. Ik had toch niets beters te doen dus ik zei ik ja en ging met hem mee naar zijn huis, alwaar ik ook de rest van het gezin ontmoette. De vrouw des huizes begon direct met het klaarmaken van een traditioneel Iraans gerecht van kip en rijst. De kinderen van het gezin begonnen druk te telefoneren met familie en vrienden om ze te vertellen dat er een Hollander in de huiskamer zat. Een aantal van die familie en vrienden sprongen direct in de auto om dit spektakel van dichtbij mee te maken. Ondertussen werd ik flink in de watten gelegd. Ik heb - uit beleefdheid - meer een grote pot chai weggewerkt en ik zat al vol van al het lekkere fruit en zoetigheid voordat we aan de maaltijd begonnen. Na het eten werd voor mij de satelliettelevisie ingeschakeld op BVN-tv zodat ik samen met het gezin het Nederlands nieuws heb kunnen kijken (het viel ze op dat onze premier wel iets weg heeft van Harry Potter..).
De huiskamer had, net zoals alle huiskamers in Iran, geen meubels. Men zit dus altijd op het tapijt. Ik wist met mijn lange benen maar geen houding in te nemen waarop ik ontspannen kon zitten en het schouwspel dat het onhandige gemanoeuvreer van mij opleverde werkte nogal op de lachspieren van de Iraniers. Even later werd er iemand op pad gestuurd om bij de buren een stoel te halen. De buren kwamen meteen even mee om te kijken hoe een Hollander er in het echt uit ziet.
Nog eens vijf kopjes zoete chai later vond ik het wel weer welletjes en wilde ik mijn trip naar Persepolis vervolgen. Mijn nieuwe vrienden wilden echter nog geen afscheid van mij nemen en stonden er op om met mij mee te gaan.
Even later reden er drie Paykans richting Persepolis, met daarin ik en veertien leden van een Iraanse familie (oma was inmiddels ook opgehaald). Eenmaal daar aangekomen liepen we mee met een rondleiding tussen de ruines. De gids sprak echter alleen Farsi en het drong blijkbaar niet tot de familie door dat ik dat niet verstond, want na iedere monoloog van de gids keek de hele familie mij verwachtingsvol aan.
Veertien paar ogen bleven mij onafgebroken volgen. Bij iedere zuil die ik op de foto zette kwam de hele familie over mijn schouder gluren. Maar ondanks dat mijn taak als symbolische buitenlanders erg vermoeiend was had ik het wel erg gezellig met ze. Het waren leuke mensen en ze zorgden goed voor mij - ze gaven me eten en drinken, droegen mijn tas en als ik wilde mocht ik zelfs de hand van een van de dochters hebben!
We zijn na de bezichtigingen nog gaan picknicken - iets waar Iraniërs erg goed in zijn - en daarna hebben ze mij een lift terug naar het hotel gegeven. De hele dat heeft me nog geen cent gekost!

Een van de meest surrealistische ervaringen in mijn leven beleefde ik tijdens een taxirit in Yazd. De chauffeur had nog nooit een buitenlander in zijn taxi (ook weer een Paykan) gehad. Ietwat aarzelend vroeg hij mij: "Seks, dat mag toch in Nederland?" Mijn antwoord - dat wij daar niet moeilijk over doen - greep de chauffeur aan om zijn DVD-speler voor de dag te halen en mij daarop zijn gehele pornocollectie te tonen! Dergelijke taferelen had ik al eens meegemaakt in taxi's in Salou en Siofok, maar je verwacht dit toch niet mee te maken in het streng Islamitische Iran, het land der Mullahs! Terwijl op het beeldscherm voor me een mollige, Afro-Amerikaanse dame (zonder chador!) haar kunsten toonde was naast me de chauffeur bezig oerang-oetan-geluiden na te bootsen. Het was een komisch tafereel, maar in gedachten zag ik al voor me hoe we werden klemgereden door de Iraanse veiligheidsdienst, hoe ik werd veroordeeld tot vijftien stokslagen wegens het bekijken van verderfelijk materiaal en hoe ayatollah's het voorval zouden aangrijpen om te benadrukken dat westerlingen de oorzakers zijn van al het kwaad.

Er waren ook van die dagen dat ik schaamteloos de toerist aan het uithangen was, met een opengevouwen kaart in de hand en een reisgids onder de arm. Ik werd dan regelmatig aangesproken door nieuwsgierige Iraniërs die mij steeds vroegen naar afkomst en dergelijke. Om het voor mijzelf ook leuk te houden verzon ik wel eens een andere naam en afkomst.
Zoals die ene keer in Esfehan, toen ik me voorstelde als George uit Macedonië. De man waarmee ik toen in gesprek was geraakt had me echter aangesproken met een heel andere reden dan nieuwsgierigheid. Hij was docent Engels en op dat moment was hij met een groepje leerlingen op pad voor een praktijkopdracht. Voor die opdracht zocht hij naar iemand die Engels sprak; zodoende was hij op mij afgestapt.
Ik had toch niks beters te doen dus liep ik met de leraar mee naar zijn klasje (bestaande uit zes jongens van rond de vijftien jaar). De leraar zei eerst nog iets in het Farsi tegen zijn leerlingen - waarschijnlijk legde hij de opdracht uit - en schakelde vervolgens over op het Engels en terwijl hij naar mij wees zei hij: "Dit is George. George komt uit Macedonië. Jullie gaan George allerlei vragen stellen en dan zal hij deze beantwoorden."
Een voor een stelde de supergemotiveerde scholieren mij een vraag. En inderdaad - helaas voor mij - gingen alle vragen over Macedonië. De vragen over waar het land ligt en hoe het er daar uitziet kon ik nog wel beantwoorden, maar op alle andere vragen kon ik niets anders dan het antwoord uit mijn duim zuigen.
Gelukkig ben ik niet door de mand gevallen. De docent zelf wist niets van Macedonië en ik acht de kans klein dat de scholieren er ooit achter komen dat Henny Huisman geen president is en dat snert geen traditioneel gerecht is in Macedonië. Na de vragenronde kwamen de jongens met hun schrift naar me toe en vroegen of ik, zoals dat blijkbaar gebruikelijk is, mijn handtekening erin wilde zetten.

Het Iraanse geldsysteem wordt geweerd door de bancaire en monetaire wereld. Dat heeft tot gevolg dat in Iran onze pinpasjes en creditcards niet werken. Al het geld dat ik in Iran wilde uitgeven moest ik daarom in harde contanten mee de grens over nemen. Ik had berekend op zo'n 500 euro die in nodig zou hebben, maar dat bedrag is nog niet voor de helft opgegaan. Iran is een goedkoop land. Een stadsbus kostte er 3 eurocent per ritje, een intercitybus kostte ongeveer 80 eurocent per 100 kilometer en benzine kostte nog geen 10 cent per liter. Een kebab met cola was rond de anderhalve euro en het goedkoopste bed in het goedkoopste hotel - dat wat ik dus meestal nam - kostte ongeveer 4 euro per nacht. Lekker goedkoop dus. Alleen voor mijn laatste nacht in Iran had ik voor de verandering niet het goedkoopste maar het duurste hotel van de stad uitgekozen. De singleroom waar ik die nacht in sliep kostte 45 dollar. Of ik dat kon betalen? Nee, daarvoor was mijn budget niet toereikend. Ik heb dan ook niet betaald. Ik had bij aankomst in het hotel met een smoes over 'geen geld hebben en geen geld aan kunnen komen' de hotelmanager gevraagd of ik een nacht voor noppes in zijn hotel kon logeren. Hij antwoordde met: 'No problem, mister! Here you have the key of your room. Welcome to Iran!' En zodoende had ik voor het eerst sinds weken luxe! Een heerlijk zacht bed, airco, televisie, uitzicht op zee en zelfs WC-papier! Dat laatste had ik sinds Istanbul al niet meer gehad. Toileteren deed ik inmiddels al helemaal op de Iraanse manier. Wat dat precies inhoudt dat zal ik jullie besparen, maar ik kan wel verklappen dat er geen WC-papier bij aan te pas komt...