In het hart van de grootste landmassa ter wereld liggen een aantal landen waar we ontzettend weinig van af weten. Ik denk dat voor de meeste lezers van mijn blog dit gebied een blinde vlek op de kaart is, een gebied dat gelijk staat met de middle-of-nowhere en Verweggistan. Het is niet vreemd dat de landen in Centraal-Azie (zoals Tajikistan, Oezbekistan en Kirgizie) ons onbekend zijn want ze hebben zelden tot nooit in de spotlight gestaan. Eeuwenlang waren het de nomaden die dit gebied bewoonde, totdat de Sovjet het gebied opslokte en een einde maakte aan de zwervende levensstijl van de bevolking. Tijdens de periode waarin het gebied bij de USSR hoorde kreeg het te maken met cultuurvernietiging, brute industrialisatie en onmogelijke collectiviteitsprogramma's. Na de onafhankelijkheid in 1991 kregen de landen te kampen met de erfenissen uit de Sovjet-tijd. Een van de gevolgen die nu nogsteeds zichtbaar is en mij aangreep is dat veel ouderen noodgedwongen moeten bedelen, omdat hun pensioenen tijdens de onafhankelijkheid in rook zijn opgegaan. Ook zie je veel oude vrouwen die stilletjes op straat zitten en proberen een paar waardeloze bezittingen te verkopen. Of wat voor mij ook vreemd om te zien bleef waren de bejaarden die met slonzige kleren en droevige ogen een inkomen vergaarden door de straat te vegen en afval te rapen. Ik denk dat deze mensen met weemoed terugdenken aan het communisme. Maar al met al zijn de Centraal-Aziatische landen er aardig boven op aan het komen en ze hebben op allerlei gebieden veel potentie. Ik verwacht dan ook dat we er in de toekomst steeds vaker van gaan horen, al is het alleen maar omdat een aantal van de Stan-landen over gigantische gasvoorraden beschikken. Het zal ook niet lang duren voordat toeristen al het interessants in Centraal-Azie gaan ontdekken, want de etnische diversiteit is er enorm, het heeft een zeer rijke culturele geschiedenis en het landschap is er een van superlatieven. Het probleem is nu nog dat het verkrijgen van een visum voor een land in Centraal-Azie enorm complex is. Daarom kon ik helaas maar twee landen in deze regio bezoeken: Kirgizie en Kazachstan.

Ik arriveerde in de Kirgizische stad Osj na een twintig uur durende rit in een Chinese slaapbus - een bus met bedden in plaats van stoelen. De bus nam de Chinees/Kirgische grensovergang bovenop de Irkeshtam, een route die pas sinds enkele jaren open is voor internationaal verkeer. De kronkelende bergweg van en naar de grensovergang klom en daalde tussen pieken van duizellingwekkende hoogtes. De grens bevond zich ergens op grote hoogte waar het op dat moment wel vijftien graden vroor. De Kirgizische grenspost bleek een vervallen gebouwtje te zijn dat tevens dienst deed als woning. Via een klein schuifraampje in de zijgevel van het gebouwtje gaf ik mijn paspoort aan een douanebeambte die op de rand van een bed zat. Hij had een laptop op zijn schoot en ik zag hoe in een Excel-bestand mijn gegevens werden ingevoerd. Er werd een stempel in mijn paspoort gezet waarmee ik Kirgizie binnen mocht. Maar de douanier bleef vervolgens enige tijd staren naar mijn paspoort; hij bladerde er wat in alsof hij iets zocht. Ik werd hier vreselijk nerveus van want ik vreesde dat er iets niet in orde was met mijn paspoort. Maar na een paar minuten (voor mij leek het wel een uur) overhandigde de douanebeambte mijn paspoort en tegelijkertijd werd duidelijk waarom hij mijn papieren zo lang bleef bestuderen: hij had geen idee waar ik vandaan kwam. Hij vroeg me namelijk: "Are you from Sweden?"
In de slaapbus lag nog een andere toerist, een Japanner genaamd Aki. Wanneer je in een ongewoon land een andere reiziger tegenkomt dan trek je automatisch naar elkaar toe. Zo ook Aki en ik. We hadden voor de daaropvolgende dagen dezelfde reisplannen en als vanzelfsprekend zijn we samen verder gaan reizen. Er was alleen een probleem: Aki sprak geen Engels en ik spreek geen Japans. Alle communicatie tussen Aki en mij verliep dus door middel van gebarentaal. Het leek wel alsof we de hele dag door een gebarenspel aan het spelen waren.

Als er een record bestaat voor langste taxirit ooit dan hebben Aki en ik die misschien wel verbroken. Om van de ene kant van Kirgizie naar de andere kant te komen (van Osj naar Bisjkek) moesten twee joekels van bergen overgestoken worden. De winter was al begonnen en de weg over de bergtoppen was door sneeuw en ijs al haast onbegaanbaar geworden. De busmaatschappijen durfden het niet meer aan om nog bussen over deze route te laten rijden. Aki en ik overwogen onze mogelijkheden (in gebarentaal) om naar Bisjkek te gaan en we besloten een taxi te nemen. Het zou uiteindelijk een twaalf uur durende taxirit worden!

Er bleken tot ons genoegen een flink aantal taxichauffeurs bereid te zijn ons naar Bisjkek te brengen, mits we extra zouden betalen voor de risico's die aan de gevaarlijke route verbonden waren. Ik koos de meest sympathiek ogende taxichauffeur uit - een fors gebouwde Oezbeek genaamd Mikhail - en begon met hem te onderhandelen over een prijs. Uiteraard lagen de bedragen die hij vroeg en ik bood mijlenver uit elkaar, maar tot grote ergenis van Mikhail hield ik voet bij stuk met mijn eerste bod. Toen ik hem voor de zoveelste maal duidelijk maakte dat Aki en ik niet akkoord gingen met het bedrag dat Mikhail vroeg draaide hij zich om en terwijl hij weg liep maakte hij een gebaar alsof hij een hond wegjoeg. Toen hij even later terug kwam deed ik een nieuw bod door een iets hoger bedrag op een stoffige auto te schrijven. Hij moet het bedrag een tikkeltje te laag gevonden hebben, want hij begon te schreeuwen en te vloeken in het Russisch. Omdat ik het wel de moeite waard vond om die kerel uit zijn vel te zien springen begon ik terug te schreeuwen en te vloeken in het Nederlands. Blijkbaar raakte Mikhail hiervan onder de indruk, want uit het niets stopte hij met schreeuwen en zei: "Oké, is goed, stap maar in!"
Even later zaten we naast elkaar in de auto bij te komen van de hevige woordenwisseling. Toen we Osj uitreden was de woede nogsteeds zichtbaar op het gezicht van Mikhail en hij scheurde het voertuig met een onmogelijke snelheid via steeds smaller wordende wegen de bergen in. Aki keek mij met een bezorgde blik aan. Ook ik begon me af te vragen waar dit heen moest en of we het zelfs maar zouden overleven. Het beeld dat Mikhail ons ergens hoog in de bergen in stukken ging hakken en aan de varkens ging voeren schoot al door mijn hoofd.
Na een half uur rijden bleek de woede bij Mikhail de taxichauffeur gezakt te zijn. De taxirit zou minimaal twaalf uur duren en ik denk dat Mikhail ook in zag dat het een zeer zware rit zou worden als hij zijn woede niet liet varen. Hij stopte een bandje met Russische Jabadaba-dance-muziek in de cassettespeler en zette het volume op standje oorbeschadiging. Toen Mikhail zijn goede zin weer helemaal terug had begon hij te zingen en te dansen achter het stuur en even later kwamen de eerste wodka-en-tieten-grappen (de Russische variant op bier-en-tieten-humor). En zodoende kwamen Aki en ik de twaalf uur durende taxirit toch nog goed door, voornamelijk met het uitlachen van onze chauffeur.
Mikhail was lang geleden eens in Europa geweest, daarom wist hij het een en ander over bijvoorbeeld Nederland te vertellen. Zo vroeg hij of ik uit het Franstalige of Duitstalige gedeelte van Nederland kom. Ik was zo pervers om te zeggen dat hij zich vergiste en dat we in Nederland Italiaans en Deens spreken - zo heeft een volgende toerist in zijn taxi ook wat te lachen.

Schijnbaar had Mikhail het wel naar zijn zin gehad met mij en Aki in de auto, want toen we die avond in Bisjkek aankwamen gaf hij ons zelfs de juiste hoeveelheid wisselgeld!
Aki maakte mij met gebaren duidelijk dat ik hem moest volgen. We liepen door de stad terwijl Aki een routebeschrijving uit zijn Japanse reisgids volgde. Het bracht ons uiteindelijk bij Sakura Guesthouse, een Japans hostel voor Japanse backpackers dat bomvol zat met Japanners. Het was een aangename verrassing, een hostel vol Japanners, maar toch begreep ik het niet helemaal. Want wat deden al die Japanners in Kirgizie of-all-places? Later werd me verteld dat Japan 'goede vriendjes' is met de Centraal-Aziatische landen, dat daarom Japanners voor een habbekrats visums kunnen krijgen en dat daarom hier zoveel Japanners naar toe komen.
Ik ben vijf dagen in het hostel gebleven want het was er verschrikkelijk gezellig. De meeste Japanners konden net als Aki geen Engels, maar ze hadden een redelijk talent om dingen uit te beelden en de wodka deed de rest. Zodoende vertelden ze mij al hun avonturen en als je het aan mij vraagt dan zijn Japanners, als het om reizen gaat,
knettergek: ze gaan naar Soedan, Irak en Afghanistan en een van de avonturiers had in vijf jaar tijd 160 landen bezocht! De vrolijke mannetjes stonden er op om uit eerbetoon een op een met mij shotjes wodka te drinken. "Kampai - Na zdorovje - Proost!" riepen ze in koor wanneer ik met de volgende uit de kring een shotje dronk.
Ik had sinds Istanbul geen alcohol meer gedronken, dus de wodka steeg meteen naar mijn hoofd. Ik vraag me nogsteeds af of deze manier van drinken inderdaad een Japans gebruik was of dat ze me gewoon dronken wilde hebben. Dat laatste is ze in ieder geval op alle vijf de avonden gelukt!